Beestenboel
1 t/m 110
Ook dieren kunnen onzinnige dingen uithalen, de meeste kunnen het echter niet zelf bedenken en daarom helpen we ze daarbij een handje. De dingen die ze uithalen zijn trouwens doorgaans minder beestachtig dan de mens voor zijn eigen gedrag weet te bedenken! Je zou dus wel kunnen zeggen dat de dieren een menselijker gedrag vertonen dan mensen, maar misschien is dat wel onzin...
Beestenboel 1
De aap staat voor zichzelf.
Beestenboel 2
De kater deed kattig.
Beestenboel 3
De das doet zichzelf om.
Beestenboel 4
De zeeëgel is behoorlijk geprikkeld.
Beestenboel 5
De giraffe keek ons met de nek aan.
Beestenboel 6
De slang ligt met zichzelf in de knoop.
Beestenboel 7
De kameleon staat er gekleurd op.
Beestenboel 8
De ram lacht schaapachtig.
Beestenboel 9
Kippen maken er een soepzooitje van.
Beestenboel 10
De haan voelt zich kiplekker.
Beestenboel 11
De aal is een gladde jongen.
Beestenboel 12
Het paard werd ermee opgezadeld.
Beestenboel 13
De kangoeroe springt eruit.
Beestenboel 14
Het wildebeest wordt niet tam.
Beestenboel 15
Muizen zitten graag in nissen.
Beestenboel 16
De hond is ziek als zichzelf.
Beestenboel 17
De zebra stond op zijn strepen.
Beestenboel 18
Het schaap was lam.
Beestenboel 19
De kikker krijgt kikkerbillenkoek.
Beestenboel 20
De bok zit te geiten.
Beestenboel 21
Het argument van de wesp was steekhoudend.
Beestenboel 22
Luizen leven.
Beestenboel 23
De slang werd giftig.
Beestenboel 24
De vlieg vloog erin.
Beestenboel 25
De papegaai praat zichzelf na.
Beestenboel 26
De vlo stond op springen.
Beestenboel 27
Een olifant gaat niet gauw aan de kant.
Beestenboel 28
De hyena lacht zich gek.
Beestenboel 29
De gaai praat Vlaams.
Beestenboel 30
Een worm gaat in zijn leven maar één keer vissen.
Beestenboel 31
Het stekelvarken deed een prikactie.
Beestenboel 32
De beer trok zijn eigen put open.
Beestenboel 33
De vis haalde het net.
Beestenboel 34
De koe zat maar te melken.
Beestenboel 35
De stier liep te balen als zichzelf.
Beestenboel 36
De hond zat in de pot.
Beestenboel 37
De tijger snapt zijn eigen streepjescode niet meer.
Beestenboel 38
Het varken ging de boer op.
Beestenboel 39
Bij de luiaard zit luiheid in z'n aard.
Beestenboel 40
Het vogelbekdier hield z'n snavel.
Beestenboel 41
Het gedrag van de rammelaar is bij de konijnen af.
Beestenboel 42
De haan was er als de kippen bij.
Beestenboel 43
Een mol houdt altijd hoop.
Beestenboel 44
De haas moest in het leger.
Beestenboel 45
De olifant hield een slag om z'n tand.
Beestenboel 46
Een leeuw is niet altijd poeslief.
Beestenboel 47
De rups deed nu de vlinderslag.
Beestenboel 48
Een haan kan kraaien, maar een kraai kan niet hanen.
Beestenboel 49
De geit zit te bokken.
Beestenboel 50
Het kalf verdrinkt zijn geld in café "de put".
Beestenboel 51
De bidsprinkhaan bidt voor het eten.
Beestenboel 52
De spin werd nijdig als zichzelf.
Beestenboel 53
De inktvis moest zijn cartridge vervangen.
Beestenboel 54
De zwaan landt op Schiphol.
Beestenboel 55
Spaarzame varkens hebben een gleuf in de rug.
Beestenboel 56
Veel olifanten maken licht werk.
Beestenboel 57
De eekhoorn zat aan de grond.
Beestenboel 58
Ezelin, ezeluit.
Beestenboel 59
De kreeft liep rood aan.
Beestenboel 60
Veel bokken dragen een pruik.
Beestenboel 61
De mieren zaten te mieren.
Beestenboel 62
Gieren houden van kaarten, ze eten graag aas.
Beestenboel 63
De specht zag er geen gat in.
Beestenboel 64
De mug doet alles voor een prikkie.
Beestenboel 65
De baviaan gaat nooit uit.
Beestenboel 66
Koeien laten vlaaien vallen en paarden vijgen.
Beestenboel 67
Bij de leeuw liep het uit de klauwen.
Beestenboel 68
De paling werd uitgerookt.
Beestenboel 69
Alle spinnen samen spinnen een wereldwijd web.
Beestenboel 70
Het gordeldier kreeg last van roos.
Beestenboel 71
De koe stond zich stierlijk te vervelen.
Beestenboel 72
De schildpad ging er als een haas vandoor.
Beestenboel 73
De leeuw heeft meer manen dan de aarde.
Beestenboel 74
De kangoeroe heeft veel volgelingen.
Beestenboel 75
Apentrots zat de aap op een rots.
Beestenboel 76
De tijger had last van een telefoonhijger.
Beestenboel 77
De ooi werd geramd.
Beestenboel 78
De mestkever hoopt op een hoop.
Beestenboel 79
Veel roze olifantjes maken één blauwe.
Beestenboel 80
Het beest stonk als een beer.
Beestenboel 81
De gamba was stoned als een garnaal.
Beestenboel 82
De koele kikker liep op een pad.
Beestenboel 83
De kater was niet voor de poes.
Beestenboel 84
De dodo wist niet dat ie uitgestorven was.
Beestenboel 85
De mug liet een steek vallen.
Beestenboel 86
Het damhert houdt van een bordspelletje in het centrum van Amsterdam.
Beestenboel 87
De condor giert door het luchtruim.
Beestenboel 88
De ééndagsvlieg heeft een kort verleden en weinig toekomst.
Beestenboel 89
De kiwi voelde zich fris en fruitig.
Beestenboel 90
Krabben hebben zelden jeuk.
Beestenboel 91
Ik zag twee beren... er een smeerboel van maken.
Beestenboel 92
De duizendpoot heeft nog meer schoenen nodig dan mijn vrouw.
Beestenboel 93
Olifanten dragen zelden wanten.
Beestenboel 94
Kijk uit voor gehaaide haaien.
Beestenboel 95
Nederlandse zwanen hebben nu een Frans paspoort.
Beestenboel 96
De inktvis raakte met acht armen tegelijk in de knoop.
Beestenboel 97
De pissebed stond haar lakens te verwisselen.
Beestenboel 98
De wezel was zelfs bang voor z'n eigen spiegelbeeld.
Beestenboel 99
Zwijnen hebben vaak geluk.
Beestenboel 100
De walvis kreeg de baard in z'n keel.
Beestenboel 101
De dolfijn vond het leven dol fijn.
Beestenboel 102
De zwaan kleefde eraan.
Beestenboel 103
De gorilla schrok zich een aap.
Beestenboel 104
De kip scharrelde, net als het ei.
Beestenboel 105
De stier sprak over koetjes en kalfjes.
Beestenboel 106
De wolf was hongerig als zichzelf.
Beestenboel 107
Een beetje kalkoen maakt de kerst nooit mee.
Beestenboel 108
Leeuwen lopen het liefst te geeuwen.
Beestenboel 109
De lama was het spuugzat.
Beestenboel 110
De haai gebruikte een surfboard als tandenstoker.
wordt gemaakt door 
voor WAF Producties Almere ©2005, WPA.
Einde van deze pagina...
(Hieronder zit nix meer)!